Mama, ik vind jou stom!

 

Kleine jongetjes worden groot. En soms gaat dat heel snel. Toen mijn kinderen baby waren las ik in Oei ik groei weleens over sprongetjes. Dat ging dan over vaker voeden, slaapritmes en allerlei andere babydingen. Maar sinds Finn naar school gaat, merk ik dat hij ineens sprongen maakt. Met een grote S. Binnen een week lijkt het wel of alles te heet gewassen is… En ineens is er ook nieuwe woordenschat. Eentje waarvan shit nog een van de braafste woorden is van de afgelopen weken.

 

Je plek vinden in een nieuwe klas en groot worden is zo makkelijk nog niet. Hij heeft het ontzettend naar zijn zin op school en huppelt er elke dag weer heen. Maar de eerste weken waren pittig. Je plek vinden in een nieuwe groep, wennen aan een nieuwe juf en ineens moeten stilzitten om te leren schrijven, lezen en rekenen is wel even wat anders dan met de blokken spelen.
Als je ergens heel erg je best moet doen en nog niet zo goed weet wat je nieuwe rol is, dan ga je je afreageren waar je je veilig voelt. Thuis dus. Mooi compliment natuurlijk, maar in de praktijk niet altijd even leuk. Zo hadden we vorige week onze eerste officiële Grote jongens ruzie. Met schreeuwen erbij enzo. Om eerlijk te zijn wist ik niet wat me overkwam. Ben ik niet zo gewend, want meestal weet ik het wel in goede banen te leiden.  En bovendien hou ik niet van ruzie.

 

Het begon allemaal met niet luisteren over naar bed gaan. En soms moet je dan ingrijpen. Omdat ik geloof in positief gedrag belonen en negatief zoveel mogelijk negeren, stuurde ik hem naar zijn kamer terwijl ik gewoon doorging met Tom naar bed brengen.

En plotseling dacht ik dat we midden in een verbouwing zaten. Yup. Er vlogen wat dingen door de lucht in zijn kamer. Toen ik hem vroeg wat hij precies aan het doen was kreeg ik als antwoord: Ik vind jou stom Mama! Met daar achteraan een heleboel redenen waarom. Nu wist ik wel dat kinderen een goed geheugen hadden, maar we gingen nog net niet terug naar die keer dat ik een keer een fles was vergeten toen hij 5 weken oud was. Maar goed. Ruzie maken moet je ook leren en het beste is om dat ook maar gewoon thuis te doen. Dus we ruzieden met elkaar. Lang. En met stemverheffingen. Heel apart was dat. Met als resultaat dat Tom van 3 ook binnen kwam lopen met allerlei meningen. (Niet alles had met het onderwerp niet luisteren te maken, maar ach als je 3 bent dan doe je gewoon maar je best, nietwaar?).

 

Werd ik écht boos? Nee. Deed ik mee? Ja! Omdat ik vind dat je als kind soms ook heel boos moet kunnen zijn. En je frustratie kwijt moet. Maar ik blijf hem wel zien als een 6-jarige die de wereld aan het ontdekken is. Deed het pijn dat hij me stom en een heleboel ander dingen vond? Jazeker deed dat pijn.

 

Het naar bed brengen duurde héél lang die avond. Want ik vond ook dat we niet in ruzie mochten eindigen. Maar moest echt nog uitvogelen hoe ik dat voor elkaar moest krijgen. En toen hij dan eindelijk op bed lagen en ik toch nog een verhaaltje voorlas omdat ik de avond goed wilde afsluiten, kroop er plotseling een groot, klein jongetje tegen me aan dat me stevig vast hield. En die me vertelde dat hij me heel lief vond. Samen spraken we af dat we nooit boos zouden gaan slapen. En ik? Ik lag om 20.15 helemaal uitgeteld op bed. Wetende dat ik nog maar net ben begonnen met dat opvoeden.

 

Liefs,
Elma

Related Posts